BSN in de zorg

Wettelijke regelingen

Op 1 juni 2008 is de Wet gebruik burgerservicenummer (Wbsn-z) in de zorg in werking getreden. Deze wet heeft gevolgen voor alle zorgverleners, indicatieorganen en zorgverzekeraars in Nederland.

Wet gebruik burgerservicenummer

Op 1 juni 2008 is de Wet gebruik burgerservicenummer (Wbsn-z) in de zorg in werking getreden. 

Artikel 1, sub b Wbsn-z heeft zijn eigen omschrijving van zorg in het kader waarvan het BSN moet worden
verwerkt, namelijk:
1°. zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en
de Wet langdurige zorg;
2°. vorm van hulp voor de kosten waarvan een subsidie wordt verstrekt op
grond van artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg of artikel 68 van de
Zorgverzekeringswet;
3°. jeugdgezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Wet publieke
gezondheid;
4°. handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld
in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
5°. zorg als bedoeld in artikel 4a van de Wet publieke gezondheid;
één en ander met inbegrip van de financiële afwikkeling.

Hiermee wordt de reikwijdte van de verplichting het BSN te verwerken duidelijk afgebakend. Uit dit wetsartikel kan niet worden geconcludeerd dat het BSN door alternatieve zorgaanbieders moet worden verwerkt.

Volgens artikel 24 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is een wettelijke grondslag nodig om het BSN te ‘verwerken’ (dat wil in de praktijk zeggen: dat het BSN in de administratie wordt opgenomen). Als er dus geen wettelijke grondslag bestaat, is het dus niet toegestaan het BSN te verwerken. 

Uit het voorgaande volgt dat het alternatieve zorgverleners niet is toegestaan het BSN in de administratie op te nemen (of anderszins te verwerken).

 

Twitter

MBOG