Voeding en Stress

Voedingsadviezen en behandelingen

Stress

Voor het lichaam betekent elke verandering een vorm van stress. Stress ontstaat namelijk door prikkels, of te wel stressoren, waaraan het systeem zich moet aanpassen. We hebben prikkels nodig om goed te functioneren en in principe hebben we voldoende vermogen om adequaat op deze stressoren te reageren. Stress is dus niet per definitie slecht. Gezonde stress hoort bij het leven, is natuurlijk en functioneel. Het zorgt voor een goed evenwicht, kan aangenaam zijn en prestatie verhogend werken.

Distress

Wanneer er te veel stressoren zijn, of wanneer we om de een of andere reden niet goed in staat zijn om de stressoren te hanteren, kan er distress ontstaan. Distress is een negatieve, gevaarlijke vorm van stress. Het werkt blokkerend, veroorzaakt vervelende lichamelijke effecten, geeft onbehaaglijke gevoelens, concentratie problemen, psychische verstoringen en werkt prestatie verminderend.

Bijnieren

Als reactie op stress maken de bijnieren de stresshormonen cortisol en adrenaline aan die het lichaam in staat stellen om de stressor adequaat op te vangen. Daarnaast maken ze ook het hormoon DHEA dat de toestand weer helpt normaliseren, tot rust brengt. Bij een langdurige te hoge stress belasting, bij distress dus, zullen de bijnieren continu op volle toeren werken en zal de cortisol en adrenaline productie hoog blijven. De vorming van DHEA wordt echter minder.

De symptomen van distress beginnen vaak sluipend. Men merkt er in het begin weinig van. De eerste fase is een verhoging van de hartslag. Daarbij komt een verhoging van de bloeddruk, wat hart en bloedvaten belast en kan leiden tot aderverkalking en plotse infarcten. Ook de veroudering gaat in een verhoogd tempo voort en de weerstand vermindert waardoor een grotere vatbaarheid voor veel ziekten ontstaat, waaronder ook kanker.

Wanneer de distress blijft voortduren raken de bijnieren uitgeput. Ze produceren niet voldoende stress hormonen meer. Een uiting daarvan kan zijn dat de bloeddruk juist te laag blijft.

Alarmsignalen

Er zijn een aantal alarmsignalen die aangeven dat er sprake is van distress. Dit zijn onder andere: nervositeit, prikkelbaarheid, concentratie problemen, negatieve stemming, slapeloosheid en vermoeidheid. Lichamelijk kunnen er klachten ontstaan zoals hoofdpijn, spierpijn, een verlamd gevoel, spijsverteringsproblemen, hartkloppingen, pijn op de borst, hogere bloeddruk, hyperventilatie, trillen, oorsuizingen en een verminderde weerstand.

Rol van voeding

Voeding is ook een prikkel van buiten af waar het lichaam op zal moeten reageren. Normaal lukt dat prima en dat moet ook want onze voeding is onze brandstof. Wanneer bepaalde voedingsmiddelen echter niet goed verdragen worden zal de stress belasting er door groter worden. Dergelijke voedingsmiddelen, ze kunnen voor iedereen anders zijn, kan men dus beter vermijden. Daarnaast leidt ook het gebruik van veel koffie, alcohol en snoep tot een ongezonde vorm van stress. Op de korte termijn stimuleren deze middelen indirect de bijnieren en maken ze veel energie vrij. Hierdoor voelt men zich prettig. Even later keert deze situatie zich echter in het tegendeel, in een vorm van chemische uitputting met een laag bloedsuiker gehalte.

Alcohol vormt bovendien een zware belasting voor de lever die deze stof af moet breken. De lever houdt minder capaciteit over om andere afvalstoffen af te breken.
Suiker, alcohol en ook vet zijn bronnen van lege calorieën. Dit betekent dat ze geen vitamines en mineralen binnen brengen. Tekorten aan vitamines en mineralen leiden er toe dat goede voedingsmiddelen niet optimaal verwerkt kunnen worden. Dit kan zo ver gaan dat ze niet meer verdragen worden. Kortom een toename van stressoren met een vergroting van het risico op distress.

Belangrijke voedingsregels

  • geen suikers en geraffineerde koolhydraten (witmeel ed);
  • geen of weinig alcohol (eventueel wel een glas rode wijn);
  • geen of weinig koffie;
  • niet te veel eiwit (vooral weinig vlees, wel 2x per week vis, ei, soja);
  • voeding rijk aan vitamines en mineralen (veel groenten en fruit);
  • vermijden van verzadigde vetten, vooral ook geharde vetten. Voldoende van de onverzadigde omega-3 en omega-6 vetzuren in de juiste verhouding.;
  • geen voeding die u, persoonlijk, slecht verdraagt.

Met voedingssupplementen kunnen tekorten worden aangevuld. Vooral de B-vitamines en vitamine C en magnesium zijn belangrijk.

Een orthomoleculair arts of therapeut kan u helpen om, op grond van uw klachten, te bepalen wat voor u de aangewezen voedingsmaatregelen zijn en welke supplementen u eventueel kunt gaan gebruiken. Zie het Overzicht Therapeuten en Artsen
Zo kan een verbetering van de voeding de negatieve stressoren die een niet optimale voeding oplevert beperken en tevens het vermogen van het lichaam om op andere stressoren te reageren verbeteren.

Twitter