Niet-toxische tumortherapie (op orthomoleculaire basis)

Voedingsadviezen en behandelingen

In de allereerste plaats is het belangrijk te weten dat deze vormen van behandelen respectievelijk preventief, ondersteunend en aanvullend kunnen zijn, en eigenlijk pas in een uiterst geval – indien de patiënt dit uitdrukkelijk wil – met uitsluitend orthomoleculaire behandeling. Preventief als de hieronder besproken risicofactoren in acht worden genomen om kanker te voorkomen. Indien er van een behandeling van een bestaande tumor sprake is, dan zal in verreweg de meeste gevallen een behandelaar ervoor kiezen de patiënt aan te bevelen zich voor de hoofdbehandeling te wenden tot een oncoloog en een radioloog, medische specialisten in het behandelen van kanker. De ondersteunende en aanvullende behandeling kan dan bij voorkeur geschieden in samenwerking met die medische specialisten en met hun goedkeuring. Dat zoiets helaas nog wel eens op weerstand van de gevestigde medische stand stuit, is u wellicht bekend, en hier verder niet aan de orde.

Wat zal een orthomoleculair behandelaar in chronologische volgorde doen?

Hij/zij zal gaan kijken hoeveel tijd hij en de patiënt hebben. Bij een patiënt bij wie de ziekte vergevorderd is, is er onvoldoende tijd om uitsluitend de niet toxische tumortherapie met succes toe te passen. Hier zal bijvoorbeeld eerst een levensverlengende – en misschien wel levensreddende – operatie moeten worden aanbevolen, al dan niet te volgen met bestraling en chemotherapie door een oncoloog. Bij de invasieve behandelingen kan de niet toxische therapie al wel beginnen door de gevolgen van operatie, bestraling en chemotherapie te beperken. Hierover vindt u meer informatie verderop in de folder. Is er wel voldoende tijd voor de niet toxische tumortherapie dan volgen er opnieuw een aantal overwegingen.

Is er sprake van een virale vorm van kanker? Een virale vorm behoeft een andere behandelingswijze dan tumoren die van niet-virale oorsprong zijn.
Is er sprake van een niet-virale vorm van kanker? Dan volgt hiervoor de adequate therapie.

Is er sprake van een hormonale vorm van kanker? Hierbij is het van belang om de ongunstige, collageenverterende enzymen Plasmogeen-activator, Plasmine, Pro-collagenase en Collagenase die hierbij betrokken zijn, te blokkeren met behulp van hoge doseringen van het aminozuur L-Lysine.

Is er sprake van depressie? Dan dient dit eerst behandeld te worden. Een depressieve patiënt zal niet therapietrouw zijn. Aangezien 75% van alle vormen van depressie darmdepressies zijn, is het van belang in ieder geval de darmen in het behandelen van de depressie te betrekken. Hierdoor wordt de normale aanmaak van immuuntransmitters bevorderd. Uit de hieronder volgende risicofactoren wordt duidelijk waarom dit van vitaal belang is.

Kijken of er een genetische factor is. Bij veel vormen van kanker speelt een genetische factor nl. een rol. Dit hoeft echter niet in te houden dat de aandoening niet te behandelen is. De Amerikaanse onderzoeker Jeffrey Bland stelt dat de expressie van de genen de oorspronkelijke aanleg behoorlijk ten gunste kan beïnvloeden. En hij richt daar zijn therapieadviezen op, en het product SAMe speelt hierbij een rol.
Het afremmen van de angiogenese (de toename van kleine bloedvaten naar de tumorcellen). Die angiogenese is een onmisbare factor bij de metastase (uitbreiding) van de tumorcellen. Afremming ervan remt dus ook de tumorceluitbreiding.
Indien de behandelaar de hierboven staande overwegingen in samenspraak met de patiënt en hopelijk ook met de behandelende oncoloog heeft gemaakt, volgt de aanpak van de risicofactoren.

Risicofactoren

Het passief omgaan met de ziekte, ook wel passive coping genoemd, is de belangrijkste risicofactor. Een patiënt die berust in zijn ziekte mist de onmisbare endorfines. Dit zijn opiumachtige stoffen die een gevoel van welbehagen geven. Hierdoor is er ook een tekort aan adrenaline, een bijnierhormoon dat nodig is voor de vechtlust. Het wel aanwezige cortisol, een hormoon dat berusting in de hand werkt, zal geen tegenspel van adrenaline (de tegenhanger van cortisol) krijgen. Het gevolg hiervan is dat de identificatiecapaciteit van de leukocyten (witte bloedlichaampjes die belangrijk zijn in onze afweer) wegvalt. Zij kunnen dus de tumorcellen niet meer herkennen, laat staan aanvallen. En de eigenschap om tumorcellen te kunnen identificeren is bij viraal ontstane vormen van kanker (b.v. de ziekte van Hodgkin) een sleuteleigenschap. Het is dus van het grootste belang dat de patiënt actief mee werkt in de behandeling.

Immuunsysteem

Immunosupressie, het niet hebben van een goed werkend immuunsysteem, is een risicofactor op zich. Soms ontstaat door externe oorzaken immunosupressie. Voorbeelden van situaties van een initiële immunosupressie zijn reuma, het gebruik van (zware) medicijnen, sterk vermageren door (te) weinig eten en het nooit hebben van koorts. Van koorts gaat een trainingsprikkel van het afweersysteem uit.

Roken

Uiteraard is roken een risicofactor. Stoppen met roken is, als de patiënt een roker is, van groot belang.

Te veel en te weinig beweging

Te veel bewegen kan uitputting van het immuunsysteem veroorzaken. Bij te weinig bewegen krijgt de patiënt niet de positieve immuunprikkel die van een matige vorm van bewegen kan uitgaan. Bij een patiënt die te weinig prikkeling krijgt, is om de dag enkele kleine sprintjes maken de aangewezen manier van bewegen, bij een patiënt die voldoende prikkels krijgt, is om de dag rustig joggen aanbevolen. Sporten die een sterke adrenalineverhoging geven, zoals parachutespringen en bungee jumping, zijn sterk immuunbevorderend.

Indien 10% of meer van de dagelijks genomen calorieën uit suiker bestaan, geeft dat een immuunvermindering van 7%. Hypoglycemie (een ziekelijk lage bloedsuikerspiegel door overmatige reactie van insuline, vaak ten gevolge van overmatig suikergebruik) geeft lage niveaus van anticarcinogene hormonen te zien. Ook zal hierdoor de concentratie van de aminozuren met vertakte ketens (de BCAA’s, L-Valine, L-Leucine en L-Isoleucine) afnemen. BCAA’s hebben een positieve uitwerking op de afweer.

Voeding

Dat er van voeding een anti-kankerwerking kan uitgaan, is wellicht bekend. De verkeerde voeding kan daarentegen kankerbevorderend zijn. In die zin is (ongezonde) voeding een risicofactor. Een hoog calorisch dieet is op zich geen risicofactor, maar is dat wel in combinatie met andere factoren. Het is van belang er op te letten dat een patiënt met kanker die moet afvallen, altijd minstens 4 liter zuiver bronwater per dag drinkt om auto-intoxicatie te voorkomen.

Slaap

Dat slaapstoornis een risicofactor is, ligt voor de hand. In de slaap, meer speciaal tijdens de REM-slaap, (perioden tijdens de slaap waarbij snelle oogbewegingen, Rapid Eye Movements, zijn waar te nemen) worden hormonen aangemaakt die een sterk immuunbevorderend karakter hebben. Het Humane Groei Hormoon en testosteron worden minder aangemaakt. Een belangrijke taak van HGH is te zorgen voor evenwicht van de expressie van al onze hormonen in ons lichaam.

Afweersysteem

Van ons afweersysteem zit 65% in of direct rond de darm. Bij een verstoorde darmflora is er dus sprake van verminderd afweersysteem. Interferon is een afweerstof die een goede anti-kankerwerking heeft. Interferon kan naast in de lever ook in de darm door de niet pathogene vorm van E. Coli (een darmbacterie) worden aangemaakt.

Alcohol

Alcohol verstoort de aanmaak van myeline door de afbraak van vitamine B12. Myeline is een vetachtige substantie die beschermende schedes om de zenuwenbanen vormt. Door het afremmen van myeline-aanmaak, ontstaat een innervatieprobleem (onvermogen zenuwprikkels door te geven), waardoor het gezonde weefsel zijn remmende werking op het tumorweefsel verliest.

Zware metalen

Zware metalen in afzonderlijke vorm zijn geen risicofactor. Wel is de totale som van bij elkaar opgetelde waarden van zware metalen een risicofactor. Zo’n samengestelde belasting met zware metalen heeft bovendien ook een negatieve invloed op het immuunsysteem.
Chemische toxinen zijn een risicofactor. Sinds het einde van De Tweede Wereldoorlog zijn er ± 500.000 chemische toxinen bijgekomen. Van ± 1% slechts kennen we de werking.

Sociale omgeving

De sociale omgeving kan een risicofactor zijn indien die sociale omgeving (familie, vrienden, collega’s) de patiënt gaat "dood verklaren". Met andere woorden: als zij de patiënt als opgegeven gaan beschouwen en zich als zodanig tegen de patiënt gaan gedragen. Dit is ruïneus voor de psychische weerbaarheid van de patiënt.

Alkalidose (niet zuur genoeg zijn van het lichaam) of acidose (het te zuur zijn van het lichaam)

Alkalidose (niet zuur genoeg zijn van het lichaam) of acidose (het te zuur zijn van het lichaam) zijn beide risicofactoren. We streven in de niet toxische tumortherapie naar een bepaalde pH-graad (zuurgraad met een negatieve logaritmische waarde) in het lichaam. Deze gedachte is een onderdeel van de bekende Moerman-therapie.

Dr. A. J. Houtsmuller, internist, werkte deze gedachte verder uit, u kunt aan het einde van deze voorlichting daar nog iets over lezen.

Ondersteunende en parallelle behandelingsvormen

Bij de behandelingen door de oncoloog en de radioloog behoren operatief ingrijpen, chemotherapie en bestraling. Bij deze therapievormen kent de orthomoleculaire geneeskunde/therapie ondersteunende en parallelle behandelingsvormen. Ondersteunend om de behandeling door de oncoloog meer effect te geven. Parallel om de bijwerking van de behandeling te verminderen. De overlevingskansen kunnen hierdoor toenemen, en zeker zal de kwaliteit van leven van de patiënt verbeterd worden.

In geval van een operatief ingrijpen is het aan te bevelen om zo lang mogelijk voor de ingreep voor een goede verzadiging met vitaminen van het lichaam van de patiënt te zorgen. Hierbij is te denken aan een goed multivitaminepreparaat die niet te hoog gedoseerd is en over een zo breed mogelijk spectrum aan vitaminen en mineralen beschikt, zodat minimaal drie maal per dag van dit multivitaminepreparaat kan worden genomen zonder dat overdosering een gevaar wordt. Daarnaast is het zinvol om drie maal dagelijks minimaal 200 I.E vitamine E te nemen samen met zes maal daags 1000 mg vitamine C. Met als belangrijkste doelen de wondgenezing te bevorderen, het verminderen van de afweer van de patiënt te voorkomen en het algemene welbevinden op een hoger peil te brengen.

Tijdens een chemotherapiekuur wordt er een zware wissel getrokken op de darmflora. Het is dan ook sterk aan te bevel tijdens en enige weken na een kuur met chemotherapie een roboticapreparaat (een product met onmisbare en vriendelijke darmbacteriën) en foliumzuur te gebruiken. Bij voorkeur kort voor het slapen gaan in te nemen.

Bestraling geeft naast het vernietigen van tumorcellen ook beschadiging van gezonde cellen. Een aantal vetoplosbare vitaminen geven daarbij een goede bescherming. Vitamine A (maakt de tumorcellen tevens gevoeliger voor bestraling), vitamine F (essentiële vetzuren), vitamine E, in drie dagelijkse doses van minimaal 200 I.E, deze laatste altijd samen met 6 x 1000 mg vitamine C, dagelijks, maar ook het spoorelement selenium, het wateroplosbare bètacaroteen (de voorloper van vitamine A), melatonine (tevens uitstekend voor de nachtrust) en een antioxidantcomplex met in ieder geval N-Acetyl-Cysteïne erin zijn effectief te noemen. Het exotische natuurproduct uit de centraal Aziatische bergen Mummyo is ook bekend om zijn zeer goede eigenschappen tegen stralingsschade. Het kent geen bijwerkingen, is eenvoudig in te nemen door het in kruidenthee op te lossen, maar er zijn ook bezwaren: het is het vrij duur, moeilijk te verkrijgen en het is beslist van belang de kwaliteit door een expert te laten bepalen. Het is sterk aan te bevelen de pure vorm te nemen.

Een apart gedeelte in de niet toxische tumortherapie is het gebied van de vrije radicalen en de bestrijding daarvan door antioxidanten. Hoewel algemeen wordt aangenomen binnen de orthomoleculaire wereld dat de vrije-radicalenpathologie (ziek worden door een sterke vrije-radicalenbelasting van een persoon) een belangrijke oorzaak kan zijn van kanker, is voorzichtigheid en terughoudendheid geboden ten aanzien van het geven van hogere doseringen van antioxidanten dan reeds hierboven gegeven. Ons lichaam bedient zich van vrije radicalen om bacteriën te doden, om cel-tot-cel communicatie te voeren en om enzym-activiteit te reguleren. Ook worden vrije radicalen door het lichaam aangewend om tumorcellen tot celdood (apoptose) aan te zetten. Al deze processen spelen een positieve rol bij de preventie en behandeling van kanker. Ze ongenuanceerd afremmen zou verkeerd zijn. Indien echter door onderzoek duidelijk is aangetoond dat vrije radicalen de oorzaak zijn van kanker bij een patiënt kan een gerichte therapie met antioxidanten worden gegeven.

Een belangrijk product bij de algemene bestrijding van maligne aandoeningen is Resveratrol. Wij willen dit zeker niet ongenoemd laten.

Voeding

Een goede voeding geeft een krachtige ondersteuning van alle vormen van niet-toxische tumortherapie. In de boeken van dr. A. J. Houtsmuller, internist, onder de titel
"Niet-toxische tumortherapie" staat een zeer uitgebreid scala aan voedingsadviezen. Verschenen bij Bohn Stafleu van Loghum.

Bij de Moerman Stichting kunt u informatie krijgen over tumorbehandeling met voeding: www.moermanvereniging.nl.

Bij het Nederlands Kanker Instituut kunt u voor reguliere informatie terecht: www.nki.nl.

Twitter