Genen op je bord

Boeken/Leestips




Ann van Geysel e.a.

ISBN: 90-76988-19-6

2003, € 40.50

Uitg. Wetenschappelijke Bibliotheek
 

Door: Jetty van der Graaf

Dit boek behandelt aspecten van de voedingsmiddelentechnologie en de huidige landbouwrevolutie; de gevolgen van de nieuwe technieken.

Hoofdstuk 1: Landbouw gisteren en vandaag.
Dit hoofdstuk behandelt de hele ontwikkeling van de landbouw. De aarde is een natuurlijk ecosysteem, en alles is een schakel in de voedselketen. Toen de mens nog jager-verzamelaar was, was de invloed op het ecosysteem te verwaarlozen. Toen de mens overging op landbouw werd dit ecosysteem verstoort. Het eerste landbouwsysteem was de zwerflandbouw, waarbij de natuur steeds de kans kreeg te herstellen.

Naar gelang de volkeren minder gingen migreren maakte de landbouw vele revoluties door. De modernisering in de bewerking, de mechanisering, de invloeden van wetenschap en technologie. De ontwikkeling van de bemesting en de gewasbescherming leidden tot een explosieve groei in de jaren 70 van de vorige eeuw. Nu er steeds meer over genetica bekend wordt is men vooral bezig met plantveredeling, de selectie en de genetische stabiliteit. Om te voorkomen dat oorspronkelijke gewassen uitsterven worden steeds meer genenbanken opgericht om de genetische diversiteit te behouden. Vandaag de dag streven we naar een duurzame landbouw.

Hoofdstuk 2: Op weg naar een duurzame landbouw.
Landbouw werd ooit beschreven als ‘de menselijke activiteit die erop gericht is om binnen een bepaalde ruimte de distributie van planten en dieren te veranderen’. De Europese landbouw is sinds W.O.II ingrijpend veranderd. Met de huidige welvaart en voedseloverschotten is de nadruk van voedselzekerheid verschoven naar voedselveiligheid en duurzaamheid. Op zoek naar nieuwe oplossingen voor de hoge verwachtingen van de huidige maatschappij, die vooral gericht is op massaal gebruik van monoculturen van de beste hybriden. Het beperkte aantal producten is van grote invloed op het milieu.

Tegenwoordig slinkt de landbouw, maar de productie is fors gestegen door betere oogsttechnieken en de opkomst van DDT; dit veelgebruikte bestrijdingsmiddel bleek enorme schade op het mileu te hebben en is sinds 1970 verboden. We zijn steeds op zoek naar de beste planten, d.m.v. plantenselectie, kruisen, hybriden kweken, voor hoge productiviteit, hoge voedingswaarde, efficiëntere wateropname, resistentie tegen ziekten en plagen. Er is een spectaculaire groei van de glasteelt, welke het hele jaar door een optimaal klimaat geeft, maar hoge milieukosten met zich meebrengt.

Biologische landbouw staat steeds meer in de belangstelling, milieubewust boeren staat centraal en is gericht op behoud van de bodemvruchtbaarheid. De biotechnologie (ook wel gentechnologie) houdt zich vnl bezig met veredeling; de gewasselectie sneller laten verlopen door de interessante kenmerken zonder jarenlang kruisen in te bouwen. Transgene gewassen zijn planten met nieuwe eigenschappen gecreëerd door het verantwoordelijke stukje DNA in andere planten in te bouwen, welke dan voordelen hebben zoals herbiciden resistent en beter bestand tegen klimaatinvloeden. Verschillende technieken van de gentechnologie worden duidelijk beschreven. Wereldwijd stijgt het gebruik van transgene gewassen; enkele voorbeelden zijn: plantenoliën met een hogere concentratie onverzadigde vetzuren, omzetting van linolzuur in alfa-linoleenzuur, anti-allergie soja, traanvrije uien en tomaten met veel caretenoïden.

Hoofdstuk 3: Vee op stapel.

Het houden van dieren is vermoedelijk met de akkerbouw ontstaan; het werd voordeliger om dieren zelf te houden i.p.v. over grote afstanden te gaan jagen. In het domesticatieproces gingen dieren meer eigenschappen ontwikkelen, en de mens ging geleidelijk meer doelgerichte selectie toepassen. Intensief fokken is het streven om bepaalde rassen te verbeteren. Sinds de mogelijkheid om sperma van goede fokstieren in te vriezen, werd KI steeds meer toegepast, vroeger moest de fokstier bij de boeren langs. Nu selecteert de veehouder sperma uit uitgebreide catalogi, voor runderen met meer vlees of melk.

Alle miljoenen zwartbonte Holstein runderen zijn genetisch terug te voeren tot 50 verschillende individuen. Resultaten van de intensieve fokkerij zijn braadkippen die sneller op slachtgewicht zijn, legkippen die elke dag een ei leggen, koeien die meer melk geven, meer vleesopbrengst, steeds grotere varkens, schapen met meer wol etc. Selectief fokken is tijdrovend, het duurt een aantal generaties voordat effecten merkbaar zijn. Door invloed van het milieu op erfelijke factoren komen regelmatig verborgen ziekten en genetische afwijkingen naar boven. Dikbilkoeien zijn ook ontstaan door een genetisch defect; als de boer ze niet wil is een gentest van de fokstier nodig, voor wie veel vleesopbrengst wil weegt de noodzaak van een keizersnede niet op.

Er is steeds meer genetisch onderzoek en de genen zijn in kaart gebracht. DNA merkers worden nauwkeurig bepaald en afgebakend. Wordt al gebruikt in de ontwikkeling van biotech vaccins; recombinante vaccins presenteren alléén specifiek antigeen van de ziekteverwekker. Nieuwe veelbelovende DNA vaccins zijn nog in een onderzoeksfase. Genetische manipulatie vindt ook in de veeteelt steeds meer opgang. Genetische modificatie wordt al jaren toegepast; transgene dieren ontstaan uit stamcellen en kerntransplantatie geven de mogelijkheid om nieuwe eigenschappen snel in dieren te introduceren. Het klonen van dieren (voortplanting zonder sex dus, is bij planten eenvoudig en gebruikelijk) door splitsing van embryo’s of door kerntransplantatie (zoals schaap Dolly in Schotland) is nog niet perfect ontwikkeld. De voordelen zijn nog dubieus tegen veel te verwachten problemen. In Nederland worden géén genetisch gemodificeerde dieren voor de voedselproductie gebruikt; een uitzondering is substantieel belang voor de mens zoals medicijnenproductie.

Wel hopen de ontwikkelaars dat genetisch gemodificeerde vissen over enkele jaren in de supermarkten liggen. Deze biotech-vis kan tot 500% sneller groeien. De huidige veeteelt, gericht op meer, sneller, beter en goedkoper kent veel problemen door veel toevoegingen aan veevoer en mestoverschotten en het welzijn van dier is uit het oog verloren. Ook de aquacultuur zit in de lift vooral sinds problemen met overbevissing en vangstquota. De imkerij kent naast honing nog veel producten en is niet onbelangrijk binnen de veeteelt, ook onontbeerlijk voor de bestuiving van veel planten.

Hoofdstuk 4: Micro-organismen in de voeding.

Bij micro-organismen (bacterieën, schimmels, gisten en enzymen) denken we gelijk aan boosdoeners, ze zijn echter onontbeerlijk in onze voeding en in ons lichaam. Ze zorgen er ook voor dat pathogene (ziekteverwekkende) micro-organismen geen kans krijgen. Al uit de préhistorie zijn spontane fermentatieprocessen bekend om het verhogen van de houdbaarheid van voeding en de conserverende werking. Bij fermentatie zijn bier en wijn het meest bekend, maar bijna alle voedingsmiddelen kennen wel toepassingen van micro-organismen, ze zijn van belang voor de smaak, de houdbaarheid en vorm van voedsel, en worden gebruikt in vele bereidingsprocessen.

Vooral in het verre Oosten is het algemeen gebruikelijk, denk aan sojaproducten zoals tofu, ketjap etc; maar ons dagelijks brood en kaas zou zonder micro-organismen niet bestaan, en denk verder aan yoghurt, worst, zuurkool, zwarte olijven, koffie, thee, azijn, cacao en inkuilen van veevoer. Door deze processen komt de hele celinhoud aan eiwitten en DNA van de organismen in onze voeding terecht. Hier wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van genetische modificatie, zoals recombinante enzymen, om de processen te kunnen controleren en reguleren, en specificaties vast te stellen voor bewaking van de veiligheid en streven naar constante smaak en kwaliteit.

Hoofdstuk 5: Voedselveiligheid op de korrel.
Wij hebben altijd gegeten wat de natuur ons voorschotelde, maar eten echter lang niet alles. We hebben geleerd door overlevering en ervaring dat b.v. aardappels, alleen de gekookte knollen van de plant eetbaar zijn, en welke paddestoelen giftig zijn . Alle eten is een risico voor de gezondheid, problemen zoals voedselvergiftiging en allergie kunnen ontstaan door bacteriën en schimmels, natuurlijk voorkomende gifstoffen en allergenen, verder hebben we voedselschandalen gekend zoals dioxinevergiftiging en BSE-crisis. Veiligheid is relatief, 100% veiligheid bestaat niet.

Veiligheidscontrole dient om vast te stellen of nieuwe voedingsmiddelen minstens even veilig zijn als bestaande. De problemen bij plantenveredeling en genetische modificatie worden uitvoerig beschreven. Transgene gewassen worden uitgebreid getest d.m.v. analyse, uiterlijk, gedrag, samenstelling, toxiciteit en allergenen. Genen eten is ongevaarlijk; al ons voedsel bevat DNA (=genen). DNA (of het gemodificeerd is of niet) wordt net als alle andere stoffen in de voeding verwerkt in ons spijsverteringsstelsel. Erfelijk materiaal in voedsel wordt niet overgedragen op dierlijke weefsels. Melk en vlees van dieren die GGO’s in hun voedsel hebben is identiek aan dat van dieren die conventionele voeding aten. In verwerkte artikelen (zoals olie) is geen verschil aantoonbaar.

Hoofdstuk 6: Landbouw en milieu.

De mens heeft de grootste invloed op de leefomgeving. Het begon met de landbouw, later verstedelijking, industrialisering en verkeer. Er is nog maar weinig ongerepte natuur over. Ontwikkelingen in de landbouw (meer opbrengst met minder mankracht) door intensief gebruik van chemicaliën, de meststoffen, later de gewasbeschermingsmiddelen, de ziektebestrijders en onkruidverdelgers hadden grote invloeden op het milieu. Veel vogels en insecten werden bedreigd, maar ook de kwaliteit van water en alles wat daarin leeft. Ook de kwaliteit van drinkwater wordt bedreigd.

Strenge regelgeving in Europa doet er alles aan om o.a. het mestprobleem aan te pakken. Biologische landbouw is op alle gebieden veel gunstiger voor het milieu. Gentechnologie speelt een rol in landbouw en voedingsindustrie om milieuproblemen terug te dringen; planten die insectenresistent zijn hebben minder bestrijdingsmiddelen nodig. Enzymen in veevoer, zodat fosfaatopname verbetert zorgen voor mest dat minder fosfaten en andere schadelijke stoffen bevat. In dit hoofdstuk worden alle problemen die transgene gewassen ondervinden uitgebreid belicht. Milieuwetgeving heeft strenge richtlijnen i.v.m. de milieuveiligheid van transgene gewassen.

Hoofdstuk 7: Landbouw in de derde wereld.
Er wordt op aarde voldoende voedsel geproduceerd om de hele wereldbevolking van ruim 6 miljard mensen te kunnen voeden. 80% van de wereldbevolking leeft in de derde wereld, waar nog geen 20% van het voedsel beschikbaar is.Er is een zeer onevenredige verdeling van de rijkdommen en voedseloverschotten in de geïndustrialiseerde landen. De mensen daar zijn vooral geholpen met duurzame landbouwprojecten die ook voor werkverschaffing zorgen.

Ook zijn hele landen van één voedingsmiddel afhankelijk; zoals aardappelen in Bolivia, rijst in Cambodja, bananen in Latijns-Amerika, katoen in Zuid Afrika; zodat mislukte oogsten catastrofaal zijn. De biotechnologie zou voor veel problemen oplossingen kunnen bieden; minder pesticiden, herbiciden nodig levert meer opbrengsten op en is goedkoper. Voorlopig is het nog kleinschalig: het ontwikkelen van ziektevrije planten en resistent tegen insectenvraat. Ook is men bezig met de ontwikkeling van gewassen met een verbeterde voedingswaarde zoals de Gouden Rijst, een rijstplant die provitamine A aanmaakt. (dit bevordert de opname van vitamine A, waar m.n. in Zuid Oost Azië tekorten voor een hoge kindersterfte en veel blindheid zorgen).

De technologie is in handen van commerciële bedrijven, waar geld, monopolies en intellectuele eigendomsrechten een grote rol spelen. De honger in de (derde) wereld zal voorlopig niet opgelost worden en armoede is een van de belangrijkste problemen.

Twitter