Autisme
Behandelingen en Voedingsadviezen
Orthomoleculair verslag International Symposium on Autism:
Building the Bridge…, 28-30 december 1999, Arnhem
Op dit congres kwamen de nieuwste inzichten naar voren bij de behandeling van kinderen met autistisch gedrag. Het merendeel van deze ontwikkelingen was orthomoleculair en kwam voor een groot deel van wetenschappers, ouders met kinderen, die autistisch gedrag vertonen.
Dr. Bernard Rimland, directeur van het Autism Research Institute in de USA, kon alleen via telecommunicatie aanwezig zijn. Hij is o.a. van mening dat Magnesium en Vitamine B6 (hoge dosis) therapeutisch kan worden uitgetest op een gunstige werking zonder nader laboratoriumonderzoek.
Zijn instituut gaat echter veel verder: In 1997 werd een laboratoriumprotocol opgezet inzake laboratoriumonderzoeken die bij autisme nuttig zijn. Dit omvat o.a. (sporen) elementen, aminozuren, (essentiële)vetzuren, vitaminen en organische zuren. Het ELN dat vele van de testen uit het protocol uitvoert, heeft het protocol aangepast aan de meest zinvolle situatie. (Dit is verkrijgbaar via ELN, Regulierenring 9, 3981 LA Bunnik, tel: (030) 287 14 92.
Nieuw tijdens het congres was de invloed van het zg. casomorfine en het gliadomorfine (van melkproducten resp. diverse graanproducten zoals tarwe, haver, gerts en rogge afkomstig). Deze exomorfines zijn verhoogd in de hersenen aanwezig door onvolledige eiwitafbraak (het zijn peptiden met ± 7 aminozuren)verhoogde darmdoorlaatbaarheid, resp. verlaagde bloedhersenbarrière.
De verminderde eiwitafbraak ontstaat o.a. door een tekort aan eiwitsplitsende enzymen en/of secretine, een hormoon dat de pancreas aanzet tot vorming van basische stoffen om de zure maaginhoud te neutraliseren.
Secretine, een “peptide” met ca. 30 aminozuren, wordt ook therapeutisch ingezet (door injectie of via de huid) o.a. door dr. Bradstreet. De verhoogde darmdoorlaatbaarheid komt o.a. door ontstekingsprocessen in de darmen (veroorzaakt door schimmels/bepaalde bacteriën). W.Shaw Ph.D. gaf een uitleg hoe de aanwezigheid van schimmels/bacteriën na te gaan in het darmgebied d.m.v. de organische zuur analyse in de urine. De urine bevat namelijk uitscheidingsproducten van deze micro-organismen. Deze uitscheidingsproducten zijn bijv. schadelijk voor de hersenen, maar kunnen ook de behoefte aan vitaminen verhogen en enzymen beschadigen. Verder veroorzaken deze micro-organismen uiteraard ontstekingsprocessen.
Een methode, die bij een deel van de kinderen werkt, is om bij verhoogde spiegels van caso/gliadomorfine het dieet nagenoeg volkomen vrij te maken van melkproducten en/of graanproducten die gliadine bevatten. K.A Servassi gaf hierover een uitgebreide uitleg en ging in op de moeilijkheden om dit te realiseren, zoals hoe gescheiden te koken en het nagaan van verstopte bronnen. Zo wordt aan rozijnen graanpoeder toegevoegd om samenklonteringen tegen te gaan en de fabrikant noemt dit niet op het etiket. Ook kan men de nadelige effecten tegengaan door gebruik van “specifieke” caso-gliadomorfine afbrekende enzymen.
Dr. J. Bradstreet heeft een autism research center in Florida en behandelt als arts veel kinderen met autistisch gedrag. Hij gebruikt bijna alle orthomoleculaire methoden en heeft in vele gevallen een redelijk tot goed resultaat, vooral nadat eerst een grondige laboratoriumanalyse werd uitgevoerd.
De ontwikkelingen in autisme research van de laatste jaren zijn voor en belangrijk deel op het orthomoleculaire gebied. Op de laatste ledenvergadering van de MBOG gaf ondergetekende een overzicht van deze nieuwe ontwikkelingen, zoals deze o.a. naar voren kwamen op het internationale ASK congres te Arnhem, december 1999 (de belangrijkste momenten zijn vastgelegd op video welke u bij de ASK kunt bestellen: Fax: 026-4822870, e-mail:info@autism.nl .
Vermoedelijk zal de ASK dit jaar in december weer een internationaal congres organiseren). De belangrijkste nieuwe ontwikkelingen zijn als volgt: Patiënten met autistisch gedrag vertonen heel vaak problemen in het maag/darmgebied, zoals verminderde vertering van eiwitten waardoor peptiden in het lichaam/ de hersenen terechtkomen met een morfineachtige activiteit. Zo ontstaat uit diverse graanproducten (gliadine eiwit) gliadomorfine en uit melkproducten casomorfine. Door het vermijden van deze producten uit het voedsel kan het autistisch gedrag afnemen. Ook kan verbetering optreden door gebruik van speciale eiwitafbrekende enzymen. Peptiden zijn te meten d.m.v. aminozuuranalyse/ specifieke tests op caso/gliado-morfine. Secretine een hormoonachtige stof bevordert de afgifte van pancreas/ galsappen waardoor de eiwitvertering kan verbeteren. Injecties met secretine geven bij een deel van de patiënten verbetering. Een secretine bepaling vooraf zou mogelijk kunnen uitmaken hoe zinvol deze therapie is bij elke patiënt afzonderlijk.
Ontstekingen (voor een deel afkomstig van vaccinatie?) in het darmgebied en/of een niet optimale darmflora(veroorzaakt door antibiotica gebruik?) worden ook veel gezien. De darmflora problematiek is vast te stellen door een darmflora analyse/organische zuren in urine (metabolieten afkomstig van schimmels/toxische bacteriën)/ indicaan test in urine/aminozuuranalyse in de urine/ darmpermeabiliteitstest.
Het immuunsysteem is vaak verstoord en/of verlaagd. Nagenoeg alle essentiële voedingsstoffen geven een vermindering van het immuunsysteem bij een (gering) tekort en er zijn vele tekorten bij deze patiënten welke sterk individueel bepaald zijn. Tekorten die relatief veel voorkomen zijn: aminozuren, vitamine A, B1, B3, B5, B6, biotine, GLA/ EPA, magnesium, selenium en zink. Het opheffen van deze sterk individueel bepaalde tekorten lijkt dan ook nuttig, zeker in vergelijking tot het geven van een intraveneus immunoglobuline product. Ten aanzien van vitamine A is reeds een dubbel blinde studie gestart zoals bleek uit en recent congres in de USA. Op het Europese congres over autisme (mei 2000) bleek dat ca.25% van de voordrachten ook over deze materie ging met een interessante toevoeging: de mogelijk zeer belangrijke rol van zwavel o.a. bij de instandhouding van een goede darmpermeabiliteit. Kortom autisme blijkt steeds meer orthomoleculair te beïnvloeden.
Opvallend is dat veel onderzoekers op dit gebied ook ouders zijn van kinderen met autistisch gedrag. De aanpak van de ASK: het samenbrengen van ouders, wetenschappers en beroepsbeoefenaren op een internationaal congres om de stukjes van deze autisme puzzel bij elkaar te brengen en mogelijk op te lossen heeft ook in de USA veel waardering opgeleverd en tot navolging geleid. Ik zie dan ook met veel belangstelling het nieuwe congres in december 2000 tegemoet. Ook is de ASK bezig met de oprichting van een organisatie: BIOMETRICS die de analyses en omgevingsfactoren registreert alsmede de therapie resultaten volgt, teneinde de optimale therapie te vinden. Deze organisatie zoekt nog artsen en andere deskundigen die willen meewerken om dit doel te realiseren.