2000: Bewegen is Leven

Presentatie Drs. L. Pruimboom

3. Disstress en immuunsuppressie

Disstress veroorzaakt via neuro-endocrinologische wegen (glucocorticoïden, catecholaminen, androgen, etc.) een verlaging van IgA gehaltes in de slijmvliezen (Graham, 1988), een verminderde activiteit van de anti-inflamatoire cytokinen (Masi, 1999) en een verhoogde activiteit van pro-inflamatoire cytokinen (IL-1,TNFa). Vooral een dysbalans tussen glucocorticoïden (cortisol), catecholaminen (adrenaline, dopamine), testosteron en prolactine lijken bij chronische disstressituaties oorzaak te zijn van inadequate immuunreacties, die lijden tot locale en of systemische aandoeningen van het bewegingsapparaat. Daarbij werkt prolactine vooral pro-inflamatoir, terwijl cortisol (in fysiologische hoeveelheden), testosteron en ook catecholaminen modulerende c.q. anti-inflamatoir werken.
Van stress naar disstress betekent hormonaal vooral een verschuiving van hoge adrenaline/dopamine (Ad/Do) gehaltes naar lage Ad/Do gehaltes en daardoor hoge prolactine (Pr) waardes (Schedlowsky, 1996). Prolactine is zoals gezegd sterk pro-inflamatoir en stimuleert daarnaast de aanhechting van neutrophielen en andere pro-inflamatoire lymfocyten aan epitheelweefsel van zowel de slijmvliezen als bloedvaten (Masi, 1999), waardoor er een kettingreactie in deze weefsels kan ontstaan. Een acute locale inflamatoire reactie, die bij een normaal functionerend immuunsysteem ook lokaal blijft verlopen, kan door deze hormoonverschuiving en door de migratie van dendrietcellen binnen het CMIS (waarmee de ontstekingsreactie systemisch wordt) overgaan in een systeemziekte zoals RA of fibromyalgie.
De invloed van testosteron (T) op het immuunsysteem wordt vooral duidelijk bij zwangere vrouwen; 75% van deze bevolkingsgroep kent een gedeeltelijke of totale remissie tijdens de zwangerschap van RA, fibromyalgie en andere systeemziekten reeds tijdens het eerste trimester (Masi, 1994). In dit eerste trimester blijken testosteronwaardes 4-5 keer hoger te liggen dan bij niet zwangere vrouwen. Remissies zijn uitgesprokener als de vrouw zwanger is van een mannelijk foetus; een situatie waarbij de serumgehaltes van T bij de vrouw nog hoger zijn, waarschijnlijk door diffusie via de placenta van het foetus naar de moeder.
Disstress kan dus door het wegvallen van de IgA-barrière een locale en/of systemische aandoening veroorzaken via ten eerste het binnendringen van een pathogeen en ten tweede door het wegvallen van anti-inflamatoire effecten van substanties, die tijdens disstressituaties vermindert worden aangemaakt.
Disstress is, zoals gezegd in de inleiding, een dysbalans tussen belasting en belastbaarheid, die onder andere veroorzaakt kan worden door “foute” coping strategiën in stresssituaties. Het blijkt dat een actief oplosgedrag immuunversterkend werkt, terwijl passief oplosgedrag juist het ziek worden in de hand werkt (Schulkin, 1999). Ook bepaalde voedingswijzen kunnen de balans tussen B en BH verstoren; het gebruik van een overschot aan geraffineerde suikers bijvoorbeeld geeft een verschuiving van de hormonale balans van dopamine naar prolactine; het stresshormoon bij uitstek. Daarnaast veroorzaakt een te groot suikergebruik op den duur een hypoglicemie (Dam, 2000); een situatie die ervoor kan zorgen dat bepaalde lymfocyten in een situatie geraken van energietekort. Het is namelijk zo, dat cellen van het immuunsysteem een stofwisseling kennen op een zeer hoog niveau; zij zijn daarvoor afhankelijk van glucose en in mindere mate van glutamine. Een glucosetekort geeft een verschuiving richting glutamineverbruik. Een aminozuur wat aangemaakt wordt uit de vertakte aminozuren valine, leucine en iso-leucine.
Aminozuren die vooral deel zijn van spierweefsel en Immunoglobulinen; afbraak van deze weefsels kunnen dus IgA verlaging betekenen in de slijmvliezen en of de spierbelasting verminderen. Infecties en/of spieraandoeningen kunnen het gevolg zijn. De ontstekingsreactie, Nitrietoxide en TNFa en (o.a.) orthomoleculaire interventies bij aandoeningen van het bewegingsapparaat door disstress.
Een effectieve therapie en een duurzaam effect te bewerkstelligen is het zaak om een diagnose te stellen, die weefselspecifiek en met betrekking tot orthomoleculaire interventies (OI) vooral substantiespecifiek is (Pruimboom, 2000). Daarvoor is het noodzakelijk om de reacties, die te observeren zijn bij locale en/of systemische aandoeningen, te vertalen in substanties naar orgaansystemen. De behandeling zal basaal gericht zijn op het wegnemen van etiologische factoren en daarnaast de gevolgen van de ontsteking zelf moeten kunnen beïnvloeden. De behandeling van de etiologische factoren kan gericht zijn op het leren van coping strategieën, het geven van informatie, sport-”counceling”, slaapadviezen en natuurlijk vergaande voedings”counceling”.
De verschillende systemen en substanties die binnen dit proces belangrijk zijn, zullen hiernavolgend schematisch besproken worden.

Endocrinologische stoornissen bij disstress en behandeling:

  • Verhoogde prolactine-gehaltes;
  • Verlaagde dopamine-gehaltes (= prolactin inhibiting hormone);
  • Verlaagde B-endorfine gehaltes;
  • Mogelijk verstoorde serotonine gehaltes;
  • Mogelijk verlaagde receptor-sensibiliteit voor cortisol;
  • Verlaging van testosteron-gehaltes.

Zowel het stimuleren van dopamine- als serotonineproductie geeft een verlaging van de prolactine-spiegel via de antagonistische werking van deze hormonen op prolactine. Dopamine productie kan via supplementering van het aminozuur L-tirosine, waarbij altijd de co-enzymen gesupplementeerd horen te worden (Vitamine B-groep, Vitamine C, Ijzer, etc.) met een goede multi, vooral rond 11 uur s´morgens (dopamine-piek in het dag-nachtritme van de mens) gestimuleerd worden (Pruimboom, 1998).
Serotonine, wat uit L-tryptofaan wordt aangemaakt, kan met supplementatie van dit aminozuur en dan vooral voor het slapen gaan worden gestimuleerd (Pruimboom, 1998), ook hier weer tezamen met een goede multi.
Endorfinegehaltes kunnen verhoogd worden door de supplementatie van het aminozuur fenylalanine; een aminozuur dat vooral de afbraak van endorfines remt.
De receptoren voor cortisol kunnen gevoeliger gemaakt worden, door supplementatie van Zink en Magnesium, daar deze receptoren van beide mineralen afhankelijk zijn (Mg-Zn fingers, Pruimboom, 2000).

Drs. L. Pruimboom
Disstress als hoofdzakelijke factor bij problemen met het bewegingsapparaat, orthomoleculaire interventies
  1. Inleiding
  2. Common mucosal immune system
  3. Disstress en immuunsuppressie
  4. Ontstekingsmediatoren en behandeling
  5. Schema risicofactoren
  6. Schema onderkennen
  7. Schema behandelen
  8. Literatuur

 

Naar boven