2000: Bewegen is Leven
Presentatie Drs. L. Pruimboom
2. Common mucosal immune system
Het CMIS is een netwerk van immuunstructuren binnen slijmvliesorganen, die zorgen voor een basale bescherming tegen zowel interne als externe agressoren (Brandtzaeg, 1992). Onderdeel van dit netwerk zijn het darm-gerelateerde lymphoïde weefsel (GALT, gut-related lymphoid tissue), de traanklieren, het uro-genitale systeem, de amandelen (zowel van de keel als de neus), het mondslijmvlies, het bronchiaal gerelateerde lymphoïde weefsel (BALT) en de gewrichtsvloeistof (synovia). Bij activering van het immuunsysteem in één van de CMIS onderdelen, bijvoorbeeld door presentatie aan bepaalde lymfocyten van een bacterie, worden andere onderdelen “geïnformeerd” door migrerende dendrietcellen om antilichamen tegen deze indringer te vormen in alle! Structuren van het CMIS (Brandtzaeg, 1999).

Het immuunsysteem van de menselijke slijmvliezen
Juist deze communicatie tussen de verschillende onderdelen van het CMIS geeft een verklaring voor het optreden van aandoeningen aan het bewegingsapparaat (RA, etc.) door bijvoorbeeld een luchtweginfectie, maar ook door een darmontsteking (Gleeson, 2000). Het feit, dat zowel de immuuncellen als de humorale componenten van het CMIS opvallend gevoelig zijn voor stress (en daarmee disstress), waarbij verschillende hormonale factoren, cytokinen (pro- versus anti-inflamatoir) en oxidatieve substanties (nitrietoxide) een rol spelen, geeft een plausibele verklaring voor het ontstaan van aandoeningen aan het bewegingsapparaat door chronische disstress of acute emotionele en/of psychische trauma’s (Pruimboom, 2000).
Om de mogelijke oorzakelijke verbanden aan te geven tussen een chronisch gestoord immuunsysteem in één van de onderdelen en de effecten hiervan op een ander deel is het van belang om globaal de werking van het “slijmvlies”immuunsysteem te beschrijven.
De meest karakteristieke stof voor het CMIS is IgA en in mindere mate IgM met hun producerende (B-lymfocyten) cellen. Vooral IgA is actief in de drie hoofdfuncties (afb.2) van het CMIS en wel:
- Het neutraliseren van pathogenen (Mazanec, 1993)
- Het exclueren van pathogenen (Lamm, 1976)
- Het elimineren van pathogenen (Kaetzel, 1991)
Neutralisatie betekent hier het binden van IgA aan virale proteïnen binnen het epitheelweefsel, waardoor het virus zich niet kan vermenigvuldigen. Exclueren betekent het aanhechten van IgA in het lumen van de slijmvliesorganen, waardoor het pathogeen niet kan hechten aan het epitheelweefsel en daardoor onschadelijk is. Eliminatie betekent het binden van IgA aan pathogenen die het epitheelweefsel reeds gepasseerd zijn; daarbij kan er een actief transport vinden van het complex IgA – pathogeen in het lumen om op deze wijze geëlimineerd te worden.

Het werkingsmechanisme van IgA in CMIS
Op het moment, dat deze barrière niet meer of niet voldoende functioneert zal het pathogeen in staat zijn om in de diepe lagen van het slijmvlies een immuunreactie (en vooral cellulair) uit te lokken; een ontsteking is het gevolg. Deze ontstekingsreactie, die eerst locaal is, kan daarna via de migratie van dendrietcellen andere slijmvlieslocaties “besmetten” en zelfs tot een systeemziekte lijden (RA, Multiple Sclerose, etc.).
| Drs. L. Pruimboom Disstress als hoofdzakelijke factor bij problemen met het bewegingsapparaat, orthomoleculaire interventies |
|