2000: Bewegen is Leven

Presentatie Dr. J.R. Tisscher

2. Magnesium

Casuïstiek

Een patiënte werd verwezen voor een nadere analyse van spier- en gewrichtsklachten bij positieve reumaserologie. De gewrichtsklachten waren ontstaan bij het overgaan van migraine. Ze had goede en slechte dagen. Patiënt verdroeg verder geen autouitlaatgassen. Er was een voedingsintolerantie voor chocolade en ijs aanwezig. Voorts een astma op pollen, huisstofmijt en dieren. Astma verdween na de geboorte van een dochter. Hierna ontstond hooikoorts. Ze had verder regelmatig hoofdpijn rond de menstruatie. Bij onderzoek was naast een grove tong met fisuren, een lichte kapselirritatie van de rechterschouder aanwezig en statiekstoornis van de voorvoeten. Geen tekenen van artritis of artrose. Ze had ijskoude handen en een licht/donker adaptatiesnelheid van 8 seconden, wijzend op nachtblindheid.
Bij het laboratoriumonderzoek bleek de reumaserologie negatief te zijn, het vitamine A-gehalte laag normaal en het magnesiumgehalte te laag.
Een magnesiumsuppletie per os kon het magnesiumgebrek niet opheffen. Ze had regelmatig magnesiumsulfaat intraveneus en later intramusculair nodig. Later bleek een psychosociale stress mede verantwoordelijk te zijn voor het gewrichtslijden.


Distributie en regulatie.

Ofschoon de homeostatische controle van het magnesiumgehalte minder duidelijk is dan die van calcium en fosfaat zijn dezelfde organen erbij betrokken: de darmen, het bot en de nieren. Resten die door geen enkel hormoon geïdentificeerd die een speciale invloed heeft op het magnesium gehalte. Het totale magnesiumgehalte voor een 70 kilogram wegende persoon bedraagt 26 gram waarvan 24% aanwezig is in het bot, 95% in de weke delen en slechts 1% in de extracellulaire ruimten. Deze balans wordt zelfs gehandhaafd bij een zeer lage inname zoals 25mg per dag (normaal 300mg). Ofschoon de gastrointestinale opname van magnesium niet zo nauw gereguleerd is als dat van calcium blijkt toch dat bij zeer lage inname, het magnesiumgehalte van de ontlasting en van de excretie in de urine duidelijk afneemt.
 

GLOBAAL OVERZICHT VAN DE FILTRATIE, REABSORPTIE EN KLARING:

Bij normale personen varieert het magnesiumgehalte van 0,70 tot 1,08mmol/L. Andere laboratoria houden een hogere grens aan met name 0,80 tot 1,15mmol/L. Ongeveer 30% van het totale plasma magnesiumgehalte is eiwitgebonden en 70% is filtreerbaar. Met een glomorulaire filtratie hoeveelheid (GFR) van ongeveer 150L per dag en een ultra filtreerbaar magnesiumgehalte van 14mg/L wordt ongeveer 2100mg magnesium per dag gefiltreerd. Normaliter wordt alleen 3% van het gefiltreerde magnesium in de urine teruggevonden. Zo´n 97% is geresorbeerd door de nieren. In tegenstelling tot natrium en calcium, wordt alleen 25 tot 30% van het gefiltreerde magnesium in de proximale tubule geresorbeerd. Ongeveer 60 tot 65% van het gefiltreerde magnesium wordt terug geabsorbeerd in de Lis van Henle en slechts 5% wordt terug geresorbeerd in het distale deel van de nefron. Er is vrij weinig bekend over het cellulaire magnesiumtransport mechanisme.
 

FACTOREN DIE DE RENALE AFHANDELING VAN MAGNESIUM BEÏNVLOEDEN:

Magnesiumopname via de voeding en absorptie.
Restrictie van de inname van magnesium lijdt tot onbekend magnesiumretentie mechanisme in de nieren waardoor de serumconcentratie niet snel afneemt. Bij patiënten met intestinale malabsorptie daalt het urine magnesiumgehalte voordat het serum magnesiumgehalte daalt. Een 24 uurs urine-magnesiumgehalte is derhalve een meer betrouwbare indicator van een magnesium gebrek. De magnesium belastingtest is het meest geaccepteerde criterium voor het bepalen van de graad van het magnesiumgebrek. Bij een groter magnesiumgebrek wordt meer van het parenteraal toegediende magnesium vastgehouden.

Dr. J.R. Tisscher
Magnesium, het klachtenpatroon en therapeutische toepassingen ervan in de reguliere en alternatieve praktijk; Osteoporose en osteoarthrose, de twee gezusters, oorzaak en therapiemogelijkheden
  1. Inleiding
  2. Magnesium
  3. Oorzaken van hypomagnesiemie
  4. De rol van magnesium

Naar boven