2000: Bewegen is Leven
Presentatie Dr. J.R. Tisscher
4. De rol van magnesium
Magnesium is belangrijk als co-factor in vele enzymreacties in het lichaam die bedrukkend zijn bij de syntheses van eiwitten en de carbohydraat metabolisme. Er zijn op zijn minst driehonderd enzymatische reacties die magnesium als katalysator nodig hebben. De invloed op de lipoproteine lipase blijkt belangrijk te zijn in het verlagen van het serum cholesterol gehalte en op het sodium/calium ATP/ASE in het bevorderen van de celwand polarisatie voor een normale functie van het spierzenuwstelsel.
VOEDSELBRONNEN:
In tegenstelling tot calcium is magnesium voornamelijk geconcentreerd in de cellen en derhalve bij het verbruik in levensmiddelen, vooral gebonden aan eiwitten en fosfaat. In groenten en planten met een groene kleur is het magnesium gebonden aan porphyrines in het chlorofyl. Zoals bij calcium moet het eerst opgelost worden door protease, een zure pH, of de aanwezigheid van anionen die oplosbare magnesiumzouten kunnen vormen, voordat het wordt opgenomen.
OPNAME IN DE DARMEN:
Het gemiddelde dagelijkse magnesium gehalte in het westen is 300mg waarvan 30 tot 35% wordt geabsorbeerd. Over het algemeen is er een lineaire relatie tussen de inname van magnesium en de opname ervan in de darmen. Bij zeer hoge magnesium inname, blijkt de opname echter lager te zijn dan verwacht hetgeen een aanwijzing is dat de opname van magnesium een verzadiging punt heeft. Het netto magnesium opname bij gezonde normale personen werd nagegaan middels het gebruik van magnesium supplementen in de orde van 36mg tot 960mg. Ofschoon de opname toenam met elke verhoging van de dosis, nam het percentage magnesium wat geabsorbeerd werd progressief af, van 65% opname bij 36mg tot 11% bij de 960mg. Op basis van deze ondergegeven is het waarschijnlijk dat magnesiumopname bemiddeld word door een verzadigbare opname mechanisme en bij de passieve diffusie welk eerste mechanisme verantwoordelijk is voor de opname van magnesium indien het magnesium gebruik normaal of licht is toegenomen en dat in tweede instantie een passieve absorptie plaatsvindt indien het magnesium opname verder word verhoogt. Bij zeer lage magnesium inname neemt de uitscheiding van magnesium af en de uitscheiding van calcium toe. Aan de andere kant, is bij hogere inname, het calcium absorptie veel hoger dan magnesiumabsorptie. Er schijnt dus een bepaalde beschermingsmechanisme in de darmen aanwezig te zijn die het verlies van magnesium tegengaat bij een lage inname van magnesium en tegen een verhoogde opname van magnesium wanneer de inname hoog is.
Er is weinig bekend over de plaats waar magnesium in de darmen wordt opgenomen. Op basis van metingen in bloed na inname per os blijkt het overgrote deel opgenomen te worden in het proximale deel van de dunne darm. Aan de andere kant blijkt de dikke darm het magnesium ook op te kunnen nemen. Bij het gebruik van magnesium klysma´s stijgt het magnesiumgehalte in het bloed.
DE ROL VAN VITAMINE D:
Er is voldoende bewijs dat vitamine D de absorptie van magnesium doet toenemen. Bijvoorbeeld mensen met een verlaagt 1,25 (oh) 2d, zoals in chronische nierfunctie, hebben een laag magnesiumopname hetgeen zich herstelt met corrigerend vitamine D3 gehalte. Vitamine D3 veroorzaakt een verhoogt calciumfractie opname bij het verlaagt calcium en verlaagde calciumfractie opname bij een hoog calcium dieet. De calciumopname beïnvloed de dunne darm magnesium opname op een zelfde manier. Er is geen bewijs dat de PTH-Vitamine D-as zich adapteert bij een chronisch verhoogde of een chronisch verlaagde magnesiuminname zoals dit wel gebeurt bij magnesium.
DISTRIBUTIE EN REGULATIE:
Ofschoon de homeostatische controle van het magnesiumgehalte minder duidelijk is dan die van calcium en fosfaten zijn dezelfde organen erbij betrokken: de darmen, het bot en de nieren. Resten die door geen enkel hormoon geïdentificeerd die een speciale invloed heeft op het magnesiumgehalte. De totale magnesiumgehalte voor een 70 kg wegende persoon bedraagt 26gr waarvan 24% aanwezig is in het bot, 95% in de weke delen en alleen 1% in de extracellulaire ruimten. Deze balans wordt zelfs gehandhaafd bij een zeer lage inname zoals 25mg per dag (normaal 300mg). Ofschoon de gastroindisnale opname van magnesium niet zo nauw gereguleerd is als dat van calcium blijkt toch dat bij zeer lage inname, het magnesiumgehalte van de ontlasting en van de excretie in de urine duidelijk afneemt.
GLOBALE OVERZICHT VAN DE FILTRATIE, REABSORBSIE EN KLARING:
In normale personen varieert het magnesiumgehalte van 0,70 tot 1,08mm/L. Andere laboratoria houden een hogere grens aan met name 0,80 tot 1,15mm/L. Ongeveer 30% van het totale plasma magnesiumgehalte is eiwitgebonden en 70% is filtreerbaar. Met een glomerulaire filtratie hoeveelheid (GFR) van ongeveer 150L per dag en een ultra filtreerbare magnesiumgehalte van 14mg/L wordt ongeveer 2100mg magnesium per dag gefiltreerd. Normaliter wordt alleen 3% van het gefiltreerde magnesium in de urine teruggevonden. Zo 97% is geresorbeerd door de nieren. In tegenstelling tot natrium en calcium, word alleen 25 tot 30% van het gefiltreerde magnesium in de proximale tubuli geresorbeerd. Ongeveer 60 tot 65% van het gefiltreerde magnesium wordt terug geabsorbeerd in de Lis van Hele en slechts 5% word terug geresorbeerd in diastole deel van de nefron er is vrij weinig bekend over het cellulaire magnesium transport mechanisme.
FACTOREN DIE DE RENALE AFHANDELING VAN MAGNESIUM BEÏNVLOEDEN:
Magnesiumopname via de voeding en absorptie. Destructie van de inname van magnesium leidt tot een onbekend magnesium pretentie mechanisme in de nieren waardoor het serum concentratie niet snel afneemt. In patiënten met intestinale mal absorptie dat het urine- magnesiumgehalte voordat het serummagnesium gehalte daalt. Een 24 uurs urine magnesium gehalte is een meer betrouwbare indicator van een magnesium gebrek. De magnesium belastingtest is de meest geaccepteerde criteria voor het bepalen van de graad van de magnesiumgebrek. Personen met een hoger magnesiumgebrek houden meer van het parenteraal toegediende magnesium.
| Dr. J.R. Tisscher Magnesium, het klachtenpatroon en therapeutische toepassingen ervan in de reguliere en alternatieve praktijk; Osteoporose en osteoarthrose, de twee gezusters, oorzaak en therapiemogelijkheden |
|